Kwaliteit van besluiten
Informatie verandert een besluit alleen als ze staat waar het besluit valt.
De laatste tijd lees ik veel claims over het verbeteren van besluiten. Geen ervan zegt hoe je dat zou merken. Je blijft achter met ‘betere besluiten’ en ‘besluitkwaliteit’.
Risicomanagers omarmen doelstellingen alsof ze nieuw zijn, terwijl COSO ERM en ISO 31000 het al jaren zeggen. Datamanagers beloven betrouwbare data voor betere besluiten. De AI-markt belooft het proces te automatiseren en de mens het laatste woord te laten. De besliskunde belooft beter oordeelsvermogen onder onzekerheid.
Verschillende disciplines, dezelfde claim, nauwelijks contact onderling.
Dus ging ik terug naar mijn eigen cases. Een paar waarin informatie een besluit écht veranderde, een paar waarin dat niet gebeurde. Het verschil zat niet in de kwaliteit van de data, en ook niet in een professioneel oordeel.
Het zat in waar de informatie stond op het moment dat het besluit viel.
Eén die werkte: een portfolio van regulatoire programma’s. Twee getallen eindelijk naast elkaar. €1m om te implementeren, tegenover een toezichtsrisico met een plafond van €100k. Niemand had het verstopt. Niemand had ernaar gevraagd. Dat is een echte keuze: betalen voor goed burgerschap, of bewust de klap incasseren.
Eén die niet werkte: een operationeel register (BPM of GRC) en een dashboard (BI-platform) in een ander systeem dan het proces dat ze beschrijven. Wie ze wil gebruiken, moet het werk uit, van format wisselen, de context opnieuw laden. Dus beslissen mensen op gevoel, omdat dat op het moment van beslissen sneller en goedkoper is.
Wat ik bedoel
Neem een gangbare doelstelling: het klantenbestand laten groeien. Je volgt de kansen en de onzekerheden om dat doel binnen te halen.
Eén onzekerheid zijn legitieme klanten, beter bekend als know-your-customer: hoeveel prospects je legaal mag accepteren, en welke klanten je niet langer kunt houden. Hetzelfde geldt voor onzekerheden als fraude of een achterstand in de salespijplijn.
Een duidelijke invloed op de groeidoelstelling. Vervolgens krijgt het eigen mensen en middelen, een mandaat, een rapportage, indicatoren en een commissie. Experts gaan dieper, het materiaal wordt rijker. Terecht. Maar de afstand tot de doelstelling die het moest voeden, groeit. En de afleiding ook.
Geen enkele stap in die reeks was een fout. Elke stap was te verantwoorden op het moment dat iemand hem zette.
Context, historie, druk, belangen en complexiteit maken dit lastig. Allemaal legitieme redenen. Geen van alle een excuus voor de afstand.
Dus, praktisch
Elk besluit heeft al een artefact. Een businesscase. Een target. Een scherm waar iemand naar kijkt op het moment dat het ‘ja’ wordt.
Zet de informatie dáár. Niet in een nieuw register, niet in een nieuw dashboard, niet in een pakket dat één keer wordt gelezen. In het ding dat elke dag al voor de beslisser ligt. Begin bij het eind.
En als je dat artefact niet kunt vinden, is dát de bevinding. Dan wordt het besluit nergens genomen waar jij bij kunt.
ReflectieWelk besluit, genomen door wie, was dan anders uitgevallen?